Das
Meles meles
De das behoort tot de marterfamilie en is één van de grootste landroofdieren van Nederland. De das heeft een grote, brede kop met spits toelopende snuit, met twee karakteristieke zwarte strepen. De soort heeft een zwaargebouwd, gedrongen lichaam met korte poten en een korte, brede, bossige staart. Een familiegroep bewoont gezamenlijk een burcht met territorium, waar andere dassen uit verdreven worden. De das is een nachtdier, dat in de schemering zijn burcht verlaat en samen of apart op zoek gaat naar voedsel, tot op een afstand van een tot twee, soms vier kilometer van de burcht. Dassen zijn alleseters, ze eten alles wat ze direct voor de neus tegenkomen. Het voedsel bestaat voor een belangrijk deel uit regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en hommel- en wespenbroed. In bermen, akkerranden en slootkanten wroet de das vaak naar kevers en insectenlarven.
De das leeft in allerlei soorten leefgebieden, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet verschillende elementen bevatten zoals voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld (anders wordt de burcht te vochtig).
Gebieden kunnen meer geschikt worden gemaakt voor de das door open plekken te creëren in bossen en door heggen en houtwallen aan te planten. Hoewel de vele wegen die het leefgebied doorkruisen, de grootste bedreiging vormen voor de das. Jaarlijks sterven ongeveer 700 dassen in het verkeer in Nederland door het dichte wegennet.






