Gewone zeehond
Phoca vitulina
De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. De soort heeft een voorkeur voor rustige plekken, waar geen mensen komen. Bij eb, wanneer de rustplaatsen droog komen te liggen, wordt er gerust. Tijdens hoog water zwemmen de gewone zeehonden naar andere (diepere) delen om naar eten te zoeken. De voedselsamenstelling hangt af van het jaargetijde en het aanbod, al heeft de soort de neiging om zich per seizoen op één vissoort te richten. Zo eet de gewone zeehond veel bot, schar en tong, maar ook haring, kabeljauw, wijting en zandspiering. Ook garnalen, weekdieren en inktvissen worden gegeten en jonge zeehonden eten ook op de bodem levende kreeftachtigen, garnalen en weekdieren.
Vervuiling van water en ziektes vormen de grootste bedreiging voor de gewone zeehond. Zo raakten de dieren in 1988 en 2002 besmet met een dodelijk virus, waarna in beide gevallen meer dan de helft van de gewone zeehondenpopulatie in de Waddenzee doodging. Het effect van windmolenparken op zee is nog niet goed bekend.






