Ringslang

Natrix helvetica

De ringslang komt in Nederland voornamelijk voor in waterrijke gebieden ten noorden van de grote rivieren. In Fryslân komt de soort met name voor in het zuidoosten van de provincie en in het Bûtefjild. De ringslang is gebonden aan waterrijke gebieden op de zandgronden en de overgangen naar veen- en kleigronden. Grote oppervlaktes, laaggelegen, nat gebied zijn niet favoriet omdat daar te weinig mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van de eieren en overwintering. De ringslang is de enige slang in Nederland die eieren legt. Hierbij maken ze gebruik van broei (een proces waar warmte bij vrijkomt). Geschikt hiervoor zijn composthopen van organisch materiaal of mest, drooggevallen horsten van bijvoorbeeld zeggen of russen rondom vennen, maar ook ingerotte boomstobben met broei kunnen door de ringslang worden gebruikt om de eieren in af te zetten.

De ringslang kan geholpen worden door het aanleggen van broeihopen (veelal door vrijwilligersgroepen, zie broeihopen.nl). Voor het aanleggen van broeihopen is de locatie zeer belangrijk, ze moeten worden aangelegd op voldoende afstand van drukke wegen om verkeersslachtoffers te voorkomen. De voornaamste bedreiging voor de ringslang is de versnippering van het leefgebied, deze vrij mobiele soort wordt vaak doodgereden op wegen. Faunapassages (tunnels onder wegen door voor overstekende dieren) met goed aangelegde en onderhouden faunaschermen kunnen dit voorkomen.

Komt vooral voor in deze gebieden:

Het Lage Midden, Noordelijke Wouden, Zuidelijke Wouden

Meer informatie

Andere Reptielen