Blauwborst
Luscinia svecica
De blauwborst is met zijn kleuren en uitbundige zang een opvallende verschijning. Het mannetje heeft een helderblauwe keel en borst met daarin een witte vlek. Onder het blauw heeft hij een smalle, zwart-witte band en daaronder een bredere oranje band. Wanneer de blauwborst zijn staart spreidt, dan zie je de opvallende oranjebruine staartbasis met een zeer brede zwarte eindband. Bij het vrouwtje ontbreekt de blauwe borst, maar net als het mannetje heeft zij een lichte wenkbrauwstreep en dezelfde oranjebruine staartbasis met zwarte eindband. Blauwborsten zoeken tussen de planten naar voedsel en eten vooral insecten, larven, wormen en slakjes.
De blauwborst komt veel voor in de laaggelegen delen van Nederland. Bijvoorbeeld in moerassen met lage planten en struikjes. Maar hij broedt ook in agrarische gebieden met sloten en ook in rietlanden langs de Friese Waddenkust. Hij komt minder voor op de hogere zandgronden, maar soms in bepaalde leefgebieden wel met veel, bijvoorbeeld in hoogveen en beekdalen met moerasbosjes. De soort nam in de twintigste eeuw af door omvorming van natuurgrond en ontwatering, maar sinds 1970 gaat het heel goed en zit de soort in bijna ieder moerasgebied(je) waar struiken en bomen beginnen te groeien.
Het is voor de blauwborst belangrijk dat er in het moeras verspreid bomen en struiken voorkomen en dat rietlanden in fasen worden gemaaid.
















