Grashommel

Bombus ruderarius

De grashommel lijkt op de steenhommel en de weidehommel, maar de vrouwtjes van de grashommel zijn goed te onderscheiden door de rood/oranje haartjes op de schenen van de achterpoten. De grashommel is een echte specialist van bloemrijke graslanden, met een voorkeur voor kleigraslanden. Omdat de meeste kleigraslanden tegenwoordig bestaan uit eentonige, groene graslanden zonder bloemen, zoekt de soort vooral in bloemrijke bermen, slootranden en dijken naar voedsel, te weten nectar en stuifmeel. 

Gedurende de hele koloniecyclus (het vormen van een kolonie en het samenleven van de bijen), van april tot en met september, moeten er in de buurt van het nest voldoende voedselplanten aanwezig zijn. Nesten worden op de grond gemaakt en kunnen door maaien vernield worden. Gefaseerd maaibeheer en het zo laat mogelijk maaien is van belang voor zowel voor het behoud van nesten als een doorlopend aanbod van voedselplanten. Om voldoende nestelplekken te garanderen is het ook noodzakelijk dat een deel van de vegetatie minstens van de zomer tot het einde van de volgende zomer niet gemaaid wordt. Zulke overblijvende begroeiing gebruiken nieuwe koninginnen mogelijk ook om in te overwinteren. 

Afbeelding: Naturalis

Komt vooral voor in deze gebieden:

Bouhoeke, Bildt en Waddenkust, Kleiweidegebied en westelijke Ijsselmeerkust

Meer informatie

Andere Insecten

Vlinder op bloem
Afbeelding Naturalis