Moshommel

Bombus muscorum

De moshommel heeft een roodbruine borst en een geeloranje behaard achterlijf. Daarmee lijkt de soort op de heidehommel en bepaalde exemplaren van de akkerhommel. De moshommel nestelt bovengronds in droge grassen of mos.  

De moshommel komt voor in uitgestrekte open, bloemrijke en meestal vochtige gebieden. Gedurende de hele cyclus waarin een kolonie van hommels wordt gevormd en samenleeft, van maart tot en met september, moeten er in de buurt van het nest voldoende voedselplanten aanwezig zijn. Het is daarom van belang gefaseerd en zo laat mogelijk te maaien. Nesten maakt de moshommel op de grond, deze kunnen door het maaien vernield worden.

Om voor voldoende nestelplekken te zorgen is het noodzakelijk dat een deel van de begroeiing tenminste van de zomer tot het einde van de volgende zomer niet gemaaid wordt. Aan de andere kant is het niet fijn voor de moshommel wanneer het leefgebied te veel dichtgroeit, bijvoorbeeld doordat er steeds meer jonge bomen opkomen. Het is daarom wel van belang het landschap zo open mogelijk te houden. 

Afbeelding: Naturalis

Komt vooral voor in deze gebieden:

Bouhoeke, Bildt en Waddenkust, Het Lage Midden, Kleiweidegebied en westelijke Ijsselmeerkust, Wadden en Waddeneilanden

Meer informatie

Andere Insecten

Vlinder op bloem
Afbeelding Naturalis