Smient
Mareca penelope
De smient is een middelgrote eend. De mannetjes van de smient hebben een opvallende kastanjebruine kop met een roomgele streep op het voorhoofd, en hebben net als de vrouwtjes een blauwgrijze snavel met een zwarte punt en een witte onderbuik. Dankzij de kenmerkende roep, een vrolijk ‘wiéuw’, wordt de smient ook wel ‘fluiteend’ genoemd. De smient eet voornamelijk bladeren, zaden, wortels van planten, gras en algen en heeft dan ook een voorkeur voor waterrijke graslandgebieden.
In Nederland broeden slechts enkele paartjes, maar in de winter is de smient in grote aantallen aanwezig. De meeste smienten zijn aanwezig in de maanden november tot en met maart, maar de exacte aantallen kunnen per winter sterk verschillen. Hoge concentraties zijn zowel bij zoute wateren (Waddengebied) als zoete wateren (open graslandpolders) te vinden. De landelijk getelde aantallen namen tot ongeveer 1990 toe maar dalen weer vanaf 2000. Hoogst waarschijnlijk speelt het afgenomen broedsucces in de noordelijke broedgebieden hier een rol in. In combinatie met verschuivingen in de winterverspreiding.
Er zijn geen knelpunten voor broedende smienten in Nederland bekend. Het broedgebied, zoete ondiepe wateren met veel begroeiing op de oevers en drijvende en ondergedoken waterplanten, komt in ons land veel voor. Smienten zijn wel gevoelig voor verstoring. Het is belangrijk verstoring (bijvoorbeeld door recreatie) zoveel mogelijk te voorkomen door binnen de aangegeven wandel-, fiets- en vaarroutes te blijven.
















